Door:  Kees van Aert

Het verzorgen van een trainingsdag heb ik altijd als zeer inspannend ervaren. De meeste programma’s begonnen ’s ochtends om 09.00 uur. Dat wil zeggen dit was het moment waarop ik daadwerkelijk de interactie met de deelnemers startte of de draad van het programma weer oppakte. Op de eerste trainingsdag probeerde ik altijd al om minstens een uur eerder aanwezig te zijn. Deze tijd had ik hard nodig om de gewenste opstelling te maken, materialen uit te delen, instructies op flipover vellen te schrijven en – last but, not least – de techniek te testen. Denk wat dit laatste betreft aan het instellen van de overheadprojector, het opstellen van de camera, het maken van een proefopname en het wegwerken van kabels.

In mijn tijd bij Advice and Training Centre in Leuven had elke trainer een eigen opname set waar zelfs een televisietoestel bij hoorde. Geen flat screen maar zo’n klassieke beeldbuis toeter. In de auto, uit de auto, trap op, lift in, gang in, zaal in; het zweet stond vaak al op mijn rug voordat ik een deelnemer had gezien. Een heel enkele keer gebeurde het dat alle deelnemers al in de trainingszaal aan de koffie zaten terwijl ik nog niet door mijn ritueel van voorbereidingen heen was. Bijvoorbeeld als ik onverwacht in een file had gestaan of als de trainingszaal op locatie van de opdrachtgever nog op slot was op het moment dat ik er toch eigenlijk al in wilde. Als ik iets haatte was het een dergelijke start. Door dat kwartier vertraging voelde ik me dan tot de lunchpauze toe opgejaagd.

Ik heb voor mijn trainingen veel gereisd binnen Europa. Dit had als voordeel dat ik niet met mijn eigen materialen hoefde te sjouwen. Maar het bleef altijd weer spanend wat voor trainingszaal de organisatie had gereserveerd. Te groot en koud, te klein en warm of zonder daglicht zodat iedereen na twee uur brandende ogen had. Vanaf medio jaren 90 heb ik veel Negotiation Skills trainingen verzorgd voor Makro in Polen. Het was de tijd dat zelfs in de beste hotels af en toe de stroom gewoon uitviel! Dan pakten we maar weer een kop koffie en met wat geluk kon het programma tien minuten later worden hervat.

Een bijzondere ervaring waren de sessies in Warschau met simultane vertaling. Het Engels van de deelnemers was gewoon te zwak om aan het proces te kunnen deelnemen. Achter in de zaal stond dan een glazen cabine waarin twee vriendelijke dames zaten die om beurten mijn Engels in het Pools vertaalden, en de Poolse reacties van de deelnemers in het Engels. Iedereen had daartoe een koptelefoon op het hoofd en op de tafels stonden microfoons. Omdat ik mobiel moest zijn had ik een microfoon en zendertje om mijn nek. Naast de cabine met de vertaalsters stond een tafel met daarop allerlei apparatuur die de hele dag in de gaten werd gehouden door een technicus. Geruis en gepiep in m’n oren, snoeren om m’n hals en een vertraagde interactie met de deelnemers bovenop theorie, rollenspel, analyse en groepsdynamiek. Absoluut boeiend, maar ook uitermate vermoeiend!

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.