Door:  Kees van Aert

Meer dan 25 jaar ben ik lid geweest van schaakvereniging De Baronie in Breda. Talloze partijen heb ik gespeeld, in het jeugdteam, in het eerste team, en in alles wat daar tussen zit. Ik heb goede partijen gespeeld en hele slechte, grafzetten gedaan zowel als briljante ingevingen gehad.  Nooit echter heb ik “zomaar” iets gedaan.” Zo maar” bestaat niet voor een schaakspeler. “Zo maar” betekent  geen plan, geen idee, geen visie. Een grotere zonde is niet denkbaar voor een schaker.

Als schaker denk je na over de onmiddellijke gevolgen van je zet, hoe je tegenstander zal reageren, en hoe je zelf dan weer het beste kunt antwoorden. Je probeert situaties die 3 of 4 zetten verder ontstaan te doorgronden. Dat je hierbij onzorgvuldig, opportunistisch of gewoon vermoeid kunt zijn wordt je allemaal vergeven. En als je het echt niet meer weet dan geef je op. Maar doelloos, zonder strategie “zo maar wat schuiven” is spelbederf.

“Het moet wel ergens over gaan”, heb ik regelmatig uit de mond van mijn zoon Bas vernomen. We hadden het dan over het in gesprek raken met wildvreemde mensen aan de deur of in een winkel; maar ook over het praten met anderen met wie we in gezelschap zijn. Keuvelen, buurten, kletsen of “zo maar”een beetje babbelen, Bas gruwt ervan. Hij begrijpt dan ook werkelijk niet hoe oma zo ontspannen met jan en alleman en over van alles en nog wat kan blijven praten. “Maar het gaat toch helemaal nergens over”, verzucht hij dan.

Ik herken mezelf hier nog wel een beetje in. Het zoeken naar een passend onderwerp, en naar een goede vraag, en mezelf afvragen hoe de ander zou reageren. Het lijkt warempel wel een schaakpartij! Het grote verschil is natuurlijk dat een gesprek geen wedstrijd is en een gesprekspartner geen tegenstander. Zo maar een beetje babbelen kan al een doel op zich zijn, een sociale interactie zonder hogere strategie of nut. Ik zal het Bas nog eens trachten uit te leggen.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.